Hoe kies ik mijn parapente ?

jeudi 23 mars 2017

Parapentemateriaal aankopen : wat, wanneer, waar, hoe ?

Als je parapentemateriaal wil aankopen kan je best een onderscheid maken tussen basismateriaal (scherm en zitje of cocon), veiligheidsmateriaal (reserveparachute en helm) en optioneel materiaal zoals radio, altimeter/variometer/GPS, windmeter en handschoenen.

Basismateriaal

Enkele gouden tips !

1. Wees niet te snel, koop geen materiaal voor aanvang van je beginnersstage ! (wacht beter tot je minstens op het niveau zit van een initieel brevet wat overeenkomt met zo’n 20-tal vluchten)
2. Koop enkel een scherm, zitje of reserveparachute als ze gehomologeerd zijn, en voor tweedehandsmateriaal van meer dan 2 jaar oud, nagekeken door een officieel organisme.
3. Koop enkel materiaal dat aangepast is aan je gewicht, je ervaring, de condities waarin je vliegt, de hoeveelheid vluchten die je maakt per jaar, je manier van vliegen en de vliegsites waarop je vliegt.
4. Koop enkel materiaal als je het kan testen tijdens enkele vluchtjes.

(zelfs al lijkt dit het koopje van de eeuw of is iedereen het erover eens dat dit het beste materiaal op de markt is)

A. Een parapentescherm aankopen

Regel 1 : Wees niet te snel, koop geen materiaal voor aanvang van je beginnersstage !
(wacht beter tot je minstens op het niveau zit van een initieel brevet wat overeenkomt met zo’n 20-tal vluchten)

- Ten eerste ben je op dit moment nog niet zeker of parapente wel echt iets voor jou is, zelfs al is je beste vriend(in) hier razend enthousiast over of heb je al één of enkele tandemvluchten achter de rug en vond je dit te gek, het einde, een droom die waarheid werd. Zelf piloteren is iets heel anders dan passagier zijn en is niet voor iedereen weggelegd.
- Ten tweede kan je op dit moment je materiaal zelf niet testen tijdens de vlucht, wat volgens regel 4 primordiaal is.
- Ten derde is het zelfs na een beginnersstage nog moeilijk om in te schatten welk materiaal overeenkomt met je manier van vliegen. Je kan je dus moeilijker net dat materiaal kiezen dat het beste bij je past.
- Ten vierde is er een verschil tussen de schermen voor ’absolute beginners’ en die voor iets meer ’gevorderde’ piloten.
Als je een echt beginnersscherm koopt kan je hier onmiddellijk mee aan de slag en kan je dit ook gebruiken om buiten stages eventueel al grondoefeningen te doen zodat je sneller kan evolueren. Dit zijn schermen die ’foolproof’ zijn en dus (beginners)fouten en bruuske of onaangepaste bewegingen gemakkelijk opvangen. Meestal zijn deze schermen net daardoor iets trager en/of minder wendbaar dan de iets gevorderdere schermen.
Als je een scherm koopt dat te veel pilotage vraagt zal je dit niet kunnen gebruiken voor je eerste stages wegens te moeilijk (of zelfs te gevaarlijk), het heeft dus geen zin dit op die moment aan te kopen.
Het ideaal is dus om tijdens je eerste stages echt basismateriaal van de school te gebruiken en je aankoop nog even uit te stellen tot je kan opteren voor het scherm dat perfekt bij jou past.

Wacht dus best nog even af vooraleer enkele honderden of zelfs duizenden euros te investeren in materiaal.

Regel 2 : Koop enkel een scherm, zitje of reserveparachute als ze gehomologeerd zijn en voor tweedehandsmateriaal van meer dan 2 jaar oud, nagekeken.

- Vele moderne schermen en reserveparachutes hebben een CEN homologatie (vroeger Afnor) of DHV (voor de Duitse markt) doorlopen. Deze bestaat uit een test van de weerstand van het materiaal (lijnen en stof) en een aantal testen tijdens proefvluchten waarin situaties die men tijdens het vliegen zal of kan meemaken gesimuleerd worden door testpiloten. De reactie van het materiaal of de reactie die nodig is van de piloot om deze situaties terug recht te trekken wordt gemeten en op basis hiervan worden schermen en parachutes ingedeeld in verschillende categoriëen (A, B, C, D)

- Indien je scherm gehomologeerd is kan je al zeker zijn dat het voldoet aan de europese normen wat stevigheid betreft en kan je weten hoe je scherm zal reageren in welbepaalde situaties. Dit laat je toe een scherm te kiezen uit de categorie die overeenkomt met je ervaring. (zie Regel 3 B)

- Constructeurs raden aan om je scherm om het jaar of om de 100 uren te laten nakijken om eventuele schade te detecteren en om te voorkomen dat de vliegprestaties van je scherm wijzigen door (zelfs minimale) vervormingen die veroozaakt worden door het verkorten of verlengen van je lijnen ( dit komt echt meer voor dan je denkt) of door het scheeftrekken van de stof.

Regel 3 A : Koop enkel materiaal dat aangepast is aan je gewicht.

- Elk scherm wordt getest en gehomologeerd voor een bepaalde gewichtsklasse waarbij de reacties van het scherm bepaald worden voor een minimum en een maximum « totaal gewicht » dat natuurlijk bepaald wordt met je volledige uitrusting :
de piloot met de kledij die hij draagt tijdens het vliegen (tot de (hand)schoenen toe)
het vliegmateriaal (helm en instrumenten niet vergeten)
al wat er meegedragen wordt tijdens de vlucht (water, snacks, filmmateriaal, …)

- Een gewichtsklasse heeft meestal een verschil van zo’n 15 à 25 kg tussen mini- en maximum gewicht. Voor de meest polyvalente vliegstijlen is het best om ongeveer in het midden van je categorie te zitten. Als je meer naar de onder- of de bovengrens van je categorie zit heeft dit bepaalde consequenties

- Zit je onderin je categorie dan is meestal
*je snelheid iets lager
*de reactie van je scherm bij incidenten minder hevig
*je scherm gevoeliger aan kleine sluitingen die dikwijls zonder consequenties zijn
Dit heeft vooral voordelen bij kalme vliegcondities (’s morgens of ’s avonds, bij weinig wind, in de winter als er weinig thermieken zijn, ...) omdat je in deze omstandigheden dikwijls gemakkelijker en langer boven blijft dan piloten die zwaarder zijn onder hun scherm. Het is ook aangepaster aan piloten met wat minder ervaring, omdat incidenten minder (snelle en accurate) interventies van de piloot vergen.
Maar er zijn eveneens enkele nadelen aan je lagere snelheid die je vooral voelt als er veel wind is en als je vliegt in stevigere condities. Op dat moment geraak je soms minder gemakkelijk in stevige thermieken, vooral als je ze van achteren benadert.

- Als je bovenin je gewichtscategorie zit dan
*ga je meestal sneller
*is je scherm minder gevoelig voor kleine sluitingen
*zijn de reacties van je scherm dikwijls heviger en moet de piloot accurater en sneller kunnen reageren bij een incident
Dit heeft als voordeel dat je meer marge hebt om toch vooruit te geraken als er veel wind is en dat je gemakkelijker in de thermieken komt als ze vrij hevig zijn.
De nadelen hebben vooral te maken met de ervaring van de piloot omdat de reacties van het scherm heviger kunnen zijn en hierop dus op een juiste manier moet gereageerd worden.

Het verschil in mini- en maximumgewicht kan men ook aflezen van het homologatierapport (zie regel 2).

Regel 3 B : Koop enkel materiaal dat aangepast is aan je ervaring.

Volgens hun homologatie worden nieuwe schermen onderverdeeld in verschillende categorieën CEN die overeenkomen met de volgende definities van het FFVL :

A : Parapente met maximale passieve veiligheid en een gedrag tijdens de vlucht dat extreem tolerant is.
Een sterke weerstand tegen het verlies van z’n normale vliegcapaciteit.
Voor alle piloten, beginners incluis.

B : Parapente met een goeie passieve zekerheid en een gedrag tijdens de vlucht dat vrij tolerant is.
Een middelmatige weerstand tegen het verlies van z’n normale vliegcapaciteit.
Voor alle piloten, eveneens voor wie in opleiding is.

C : Parapente met een middelmatige passieve veiligheid en potentieel hevige reacties bij turbulenties en ten gevolge van pilotagefouten.
Voor de terugkeer naar de normale vlucht kan een precieze pilotage nodig zijn.
Voor piloten die getraind zijn in de technieken van het terugbrengen van het zeil in zijn vliegdomein, in de actieve pilotage, die regelmatig vliegen en alle implicaties begrijpen van een parapente met een verminderde passieve veiligheid.

D : Parapente met veeleisend gedrag tijdens de vlucht, met potentieel zeer hevige reacties ten gevolge van turbulenties en pilotagefouten.
Voor de terugkeer naar de normale vlucht is een precieze pilotage noodzakelijk.
Voor piloten die zeer getraind zijn in ,de technieken van het terugbrengen van het zeil in zijn vliegdomein,in een zeer actieve pilotage met een grote vliegervaring in turbulente condities, die alle implicaties van dit soort schermen begrijpen en aanvaarden.

Enkele opmerkingen :

- De homologaties zeggen niets over de prestaties van een scherm maar geven eerder het gedrag van het scherm weer in bepaalde omstandigheden en geven dus indirect aan welke ervaring de piloot nodig heeft om dit scherm in alle veiligheid te kunnen piloteren.
- Zelfs binnen elke categorie kunnen er sterke verschillen zijn tussen de schermen want elk scherm wordt ingedeeld in de categorie die overeenkomt met het hoogste resultaat van alle testen. Dit wil zeggen dat er op het eerste gezicht geen verschil is tussen een scherm met 23 x A en 1 x B en een scherm met 24 x B, ze zullen allebei in de categorie B ingedeeld worden. Het is dus nodig om de homologatieresultaten van naderbij te bekijken om een idee te krijgen van het gedrag van elk scherm en de pilotage die nodig is om er mee te vliegen.
- De homologatie van een scherm gebeurt met een welbepaald zitje en een precieze breedte van de buikriem, die vermeld worden in het homologatierapport. Als je vliegt met een ander zitje (cocon, zitje met andere verankeringspunten, accro-zitje met een grotere breedte van de buikriem, ...) kan dit tot gevolg hebben dat een scherm een zeer verschillend gedrag vertoont dan hetgeen vermeld is in het homologatierapport. De reacties van het scherm kunnen (veel) heviger zijn dan voorzien en piloten die niet voldoende ervaring hebben om ze gemakkelijk te kunnen controleren kunnen zich hierdoor laten verrassen.
- Als je vliegt met een scherm dat te vinnig is ten opzichte van je ervaring
* vlieg je dikwijls gespannen om eventuele incidenten te vermijden en dus benut je de mogelijkheden van het scherm niet ten volle. Je evolueert daarbij minder snel en hebt minder plezier tijdens je vluchten.
* heb je kans om een schrik op te doen of je pijn te doen op het moment dat je scherm een precieze en snelle interventie vraagt bij een incident tijdens de vlucht. Na zo’n ervaring krijgt het vertouwen dikwijls een stevig knauw en gaat de mentale zekerheid achteruit. Het kan soms even duren vooraleer men er terug helemaal klaar voor is en plezier vindt in het vliegen.
- Snelheid en finesse vergelijken is dikwijls niet echt nuttig (tenzij je echt competitie vliegt). We zien regelmatig dat goeie piloten met een basisscherm perfekt kunnen de vergelijking doorstaan en dikwijls betere vluchten maken dan piloten met een vinniger scherm die de mogelijkheden van zo’n machine niet weten uit te buiten. De kleine verschillen in prestaties zijn dikwijls marketingargumenten.

Regel 3 C  : Koop enkel materiaal dat aangepast is aan de condities waarin je vliegt, het aantal vlieguren per jaar en de sites die je gebruikt.

Er zijn evenveel manieren van vliegen als er parapentisten zijn :
- Vliegen aan zee, in de bergen, in de vlakte, aan de lier, ...
- Vliegen met bries, thermiek, restitutie, soaring met dynamiek, ...
- Rustige vluchten ’s morgens en tijdens bewolkte dagen of eerder in de thermieken om 14 u tijdens de lente, ...
- Vliegen met een school, een club of alleen
- Eén uitstap per jaar of elke dag vliegen
- Rustig vliegen of meedoen aan competities, cross-country vliegen, accrobatisch vliegen, precisielandingen, duurvluchten, expedities, ...
- Vliegen vanop sites of hike and fly

Met elke manier van vliegen, elk soort site, elke mentale toestand, iedere vliegstijl, alle condities en iedere piloot komt aangepast materiaal overeen. Neem de tijd om goed na te denken over wat je zoekt in de wereld van de parapente.

Er zijn een heleboel dingen die misschien niet altijd even evident zijn met betrekking tot de schermen :
- traditioneel scherm, mini-parapente, hybridescherm, scherm voor acrobatie, monopeau, ...
- aantal lijnen : 2, 3, 3 1/2, 4
- lijnen met of zonder omhulsel
- sharknose, joncs, miniribs, ...
- interne structuur van het scherm
- licht materiaal, inductie, ...
Aarzel niet professioneel advies te vragen om gemakkelijker een juiste keuze te kunnen maken.

Regel 4  : Koop geen basismateriaal zonder het te proberen tijdens de vlucht. (zelfs al lijkt dit het koopje van de eeuw)

Als je weet welk materiaal je nodig hebt kan je beginnen de schermen die hiermee overeenkomen te proberen tijdens één of enkele vluchten.

Toen ik in 2015 een nieuw scherm zocht ging dit als volgt :
- Ik weeg 45 kg en mijn Totaal gewicht ligt rond de 60 kg.
- Ik vlieg vooral in kalme condities dus is het niet aangewezen om boven in de gewichtsklasse te zitten.
- Ik heb 300 vluchten dus hoeft het geen beginnersscherm te zijn.
- Ik doe zo’n 40 vluchten of 15 uur per jaar, gewoon voor het plezier zonder competitie en ik begin me goed te voelen in thermiek. Ik zoek dus een scherm met een grote passieve veiligheid om geen stress te hebben maar toch iets ludieks om het plezierig en uitdagend te houden. Eerder een hoge EN A of een lage of midden B dus.
- Ik zoek een scherm dat me de nodige informatie doorgeeft van de luchtmassa, zonder regelmatig door elkaar geschud te worden. Een scherm met een efficiënte bocht om de kleinste condities te kunnen uitbuiten.
- Ik doe grondwerk en vlieg vooral in de Cantal op het gras dus kan ik minder stevig materiaal nemen dans wanneer ik aan zee zou wonen of sites zou gebruiken met veel rots en scherpe stenen.
- Ik heb rugproblemen maar doe wel wat hike and fly dus is licht materiaal aangewezen.

Uiteindelijk probeerde ik 4 schermen die allemaal voldeden aan deze voorwaarden en die op papier dus allemaal aangepast zouden moeten zijn aan mijn vliegstijl. In werkelijkheid waren er 2 die wel ok waren maar niet fantastisch en 2 waaronder ik me niet echt goed voelde zonder echte duidelijke reden. Een scherm is heel persoonlijk en het is belangrijk zich goed te voelen in de lucht. Ik vergelijk het meestal met een paar goeie stapschoenen : sommige modellen zitten onmiddellijk goed en anderen minder of helemaal niet. Het 5de scherm was meteen midden in de roos en komt helemaal overeen met mijn temperament en mijn manier van vliegen. Het is uiteindelijk een Orbéa 2 XS geworden, een lage B, lichtgewicht van 3,4 kg zonder joncs van MCC paragliders waaronder ik me super goed voel en waarmee ik sindsdien grote vorderingen maakte omdat ze me op het lijf geschreven is.

Aarzel niet schermen te proberen tot je echt de ideale match vindt. Ze zal dan je trouwe partner zijn in alle condities en je kan haar volledig vertrouwen in alle luchtige avonturen.

Het belangrijkste is niet het meest performante of het snelste scherm te hebben maar plezier hebben in de lucht in alle veiligheid. Laat je trots je er niet toe verleiden een te vinnig scherm te kopen maar laat je leiden door het plezier dat je voelt als je onder een perfekt aangepaste scherm vliegt.

Vliegen zonder stress, zich goed voelen in de lucht en op een serene manier evolueren is enkel mogelijk als je het juiste materiaal gebruikt dat volledig bij past bij je vliegstijl en je temperament.

Aarzel zeker niet je te laten bijstaan door een professionnal om het perfekte scherm voor jou te vinden.


Commentaires

Navigation

Articles de la rubrique

  • Hoe kies ik mijn parapente ?