Spanje, Sierra de Gredos 2016.

zondag 20 november 2016

Een nieuw Thang-ka avontuur begint op zaterdag 2 oktober 2016 als we (Jo en Els) proberen een, zoals gewoonlijk, gemotiveerde en gemengde groep parapentisten af te halen op de madrileense luchthaven. We zijn dan al een 10-tal dagen ter plekke om de sites te verkennen, contacten te leggen en een logistieke voorbereiding in elkaar te steken maar Madrid houdt toch nog enkele verrassingen in petto. Zo bevinden we ons plots in een doolhof van terminals waar zelfs een labyrinthspecialist als Harry Potter een depressie van zou opdoen. Na het nodige geharrewar door wijzigingen, vertragingen en andere GSM mankementen slagen we er toch in Cécile, Theo, Katell, Rik en Jacques te lokaliseren en op te pikken. Met de minibus en de Sloeffie trekken we dan in 2 ploegen van Madrid in de richting van de Sierra de Gredos. Onderweg nemen we Tristan met z’n VWbusje op in de karavaan en zo komen we ’s avonds tot de ontdekking dat alle wegen leiden naar onze eerste bestemming : Cebreros.
We beginnen onmiddellijk onze tijdelijke integratie door ons te laten verleiden door de lokale tapas in één van de bars in het dorpscentrum. Aangezien de vochtigheidsgraad een pak hoger ligt dan de temperaturen besluiten we voorlopig af te zien van kamperen en opteren we voor een waterdicht onderkomen met warme douches op de koop toe.

De volgende morgen plakt het plafond aan het relief en besluiten we om de landingsterreinen al te verkennen om tijd te winnen later op de week. Op een uitnodigend groen grasveldje profiteren we ervan om wat grondoefeningen te doen, zonder wind maar met veel elegantie en soepelheid, iets waar we de volgende dagen de vruchten van zullen plukken.
We sluiten de dag af met een wandeling door het pittoreske dorpje Pedro Bernardo, waar we het als bar vermomde restaurant kennen waar de term « beste prijs/kwaliteitsverhouding » voor uitgevonden is. Hier verbroederden we vorige week met Paulo, een italiaans-argentijnse, in Schotland wonende parapentemonitor, die in een vorig leven in Antwerpen in de scheepvaart werkte en Pépé, de plaatselijke geitenhoeder, ex-toreador en eigenaar van de lokale parapentesites. El Hogar-bar is tot ons aller verbazing gelegen « in » de plaatselijke arena. Ja, ja, inderdaad, de voordeur komt uit op het ronde binnenplein van het dorp, waar de, er voor ons doodnormaal uitziende parking, tijdens sommige week-ends omgetoverd wordt tot zandbak met tribunes om er stierengevechten te organiseren. Gelukkig zijn we blijkbaar in het laagseizoen wat deze barbaarse traditie betreft en kunnen we ons zonder gevaar en bloederinge taferelen te goed doen aan een nieuw rondje overvloedige en overheerlijke tapas. Het wildstoofpotje, de vleesballetjes en de everzwijnenlever vinden gretige afnemers en we spreken af met de eigenaar Adrien om diens vakantiehuisje te huren voor de rest van de week.

Maandag belooft het druilering te worden maar niet getreurd, alles is onder controle en dus zakken we goedgemutst af voor een uitgebreid stadsbezoek aan Toledo. Hier bewezen christenen, moslims en joden gedurende eeuwen dat vredig samenleven min of meer mogelijk is zolang tolerantie en openheid wijdverspreid zijn. De sporen van de 3 culturen zijn terug te vinden doorheen heel de stad en terwijl Els de historische achtergrond invult trekken we, van de ene verbazing in de andere vallend, door de kronkelige straatjes van het middeleeuwse centrum. Er is voor ieder wat wils, gaande van synagogen in mudejar stijl en een flinke dosis Vlaamse flamboyante gothiek overgoten met een snuifje moderne grafitti voor de kunstliefhebbers, over rustgevende tuinen en zwoele arabische baden voor wie zich wil ontspannen, tot de authentieke zwaarden van Aragorn, Gandalf en John Snow, gemaakt door de Toledaanse smeden die hun gespecialiseerd middeleeuws vakmanschap in stand houden.
Het spreekwoordelijke neusje van de zalm is een 2,5 m hoog standbeeld van Don Quichote, geboetseerd uit 600 kg marsepein, de plaatselijke lekkernij die nog steeds gemaakt wordt volgens het eeuwenoude lokale recept dat de monniken op punt stelden om de hongersnood tegen te gaan.
Zoals we intussen gewoon zijn doen we ons nog maar eens te goed aan de lokale specialteiten zoals gebakken chorizo, castillaanse soep met ham, ei en brood en overheerlijke gazpacho die de « spaanse culinaire hoofdstad van 2016 » alle eer aan doen.

Vanaf dinsdag is de zon van de partij en vliegen we er vollen bak in met onze bende enthousiastelingen. Onder begeleiding van Jo maken we gedurende twee dagen verschillende vermoeiende maar instruktieve thermiekvluchten op Cebreros, een leuke site op ZO met zo’n 600 m hoogteverschil en een geweldig rendement. In de zomer is het hier regelmatig te sterk om te vliegen maar momenteel zijn de condities perfekt voor ons niveau en kunnen we naar hartelust oefenen in het lokaliseren en uitbuiten van thermieken.
De verschillende bergkammen, met afwisselend beboste en open delen en tot ruïnes vervallen boerderijen, zijn een ideaal speelterrein zonder obstakels of moeilijkheden waar de thermieken soms verstoppertje spelen en we ons helemaal kunnen laten gaan. We proberen ons perfekt te centreren in de stijgende maar steeds van vorm en richting veranderende luchtstromen, niet alleen door te vertrouwen op onze verfijnde « gutfeeling » maar ook door een bovenmenselijke concentratie en een onmiddellijke en minutieuse analyse van, en reactie op, de gecodeerde morsesignalen van onze instrumenten. Zo slagen we er tijdens de week steeds beter in profijt te trekken uit de condities en hoewel er geen gigantische lange afstandscrossen uit de bus komen worden de vluchten steeds langer en is de voldoening groot als het zowel Theo en Jacques als Tristan lukt de autochtone gieren een lichte concurrentie aan te doen als ze zich rondwentelen in de warme luchtkokers. Het is indrukwekkend samen te vliegen met deze, in de lucht, sierlijke dieren, maar soms proberen ze al wel eens tussen het scherm en het ventje door te vliegen. Hun onmiddellijke nabijheid zorgt er dus voor dat onze concentratie aangescherpt blijft.
Het aantal vlieguren stijgt zienderogen en edereen amuseert zich rot en mede door gezellige kookpartijen en geanimeerde spelletjesavonden waarbij moord op de architekt, diefstal bij de koning en achterbakse streken door abten en andere verdachte heerschappen schering en inslag zijn.

Donderdag vliegen we op enkele van de verschillende startplaatsen van Pedro Bernardo, een plek waar de thermieken het dikwijls toelaten de weidse vlakte te verkennen en zelfs over te steken zonder hoogte te verliezen, iets wat Jo en Els met biplace vorige week nog zonder problemen presteerden (waarbij de maag van Els zijn veto stelde, lang voordat de gigantische warme liften het lieten afweten). We vliegen vandaag vanop de zuid-oost site in de voormiddag boven de grote granietblokken van het massief en in de namiddag trekken we wat hoger naar de oostkant waar een kleine startplaats zonder al te veel wind het niet voor iedereen even gemakkelijk maakt. Gelukkig hebben we grondoefeningen gedaan tijdens het begin van de week en loopt het voor de meesten toch van een leien dakje.
Jo neemt Katell mee voor een paar instruktieve tandemvluchten waarbij ze uit eerste hand de kneepjes van het vak voorgeschoteld krijgt. Rik probeert de finesse van z’n Anakis te testen en komt tot de slotsom dat hij misschien toch net iets te optimistisch is wat zijn vertrouwen hierin betreft. Gelukkig zijn de bospaden hier breed genoeg om zich er zonder kleerscheuren op neer te zetten en komt Els gezwind met de bezemwagen ter hulp gesneld.
Vanavond maken we een cultureel bezoek aan het versterkte stadje Avila, de geboortestad van Theresa, waar haar als hoofdkussen dienstdoende houtblok een echte publiekstrekker is, naast de perfekt bewaarde middeleeuwse stadsmuur van 2,5 km lang met z’n 88 torens natuurlijk. Deze omarmt een gezellig stadscentrum dat buiten een opeenhoping van architecturele pareltjes en leuke bars ook nog eens werelderfgoed Unesco is. Natuurlijk is Els weer een onuitputtelijke bron van verhalen over de plaatselijke gebruiken, zoals het fabriceren van Yema, een soort goudgele gesuikerde eibol of het geniepig maken van achterdeurtjes in de stadsmuur en legenden over onthoofde gijzelaars en dooie eremieten die op een ezelsrug gebonden de streek doorkruisen.

Vrijdag trekken we terug naar Cebreros waar we nogmaals de thermieken de baas blijken te zijn, vooral tijdens de namiddagvlucht. Cécile gaat nog maar eens met het mes tussen de tanden de thermieken te lijf en ze lijkt deze keer stralend als winares uit de bus te komen. Rik gaat er voor en haalt z’n Whizz eindelijk te voorschijn om dit nieuwe speeltje met een zalige scheervlucht in te huldigen.
Jacques slaagt er tijdens z’n start in om als een volwaardige Christo een gelukkig niet al te groot boompje vakkundig in te pakken met z’n rood-witte Amaya. Men zou denken dat Kronenburg hier een grootscheepse publicitaire actie voorbereid maar na wat bijsnoeien en het nodige prulwerk met warrige lijnen komen zowel Jacques als z’n scherm zonder kleerscheuren weer te voorschijn.
Half vier vrijdagnamiddag, onze stage zit er op en iedereen heeft « la banane » zoals ze in het frans een geweldige smile vertalen. Of … misschien kunnen we toch nog een laatste vluchtje plaatsen, als kers op de toch al heel grote taart.
Dus gaan we met z’n allen terug naar boven voor een laatste rustig glijvluchtje maar ho maar, wat is dat ? Cécile komt als bij wonder boven de start terecht en kan eindelijk het stuwmeer aan de achterkant bezichtigen. Katell stijgt op, elegant als een engel en gaat haar achterna om haar privélessen van Jo in praktijk om te zetten. Dit wordt uiteindelijk één van de mooiste vluchten van de week voor iedereen, een waardige afsluiter van een schitterende vliegweek.
Met blinkende pretoogjes trekken we naar Pedro Bernardo waar we als verrassing voor Katell’s 40ste verjaardag het beste restaurantje van de vallei reserveerden, La Gatera. Deze tip kregen we van Larry, één van onze lokale contacten en we zijn hem hiervoor zeer dankbaar want alles maar dan ook alles is om duimen en vingers bij af te likken. De sympatieke eigenaar slooft zich uit om het ons naar onze zin te maken en slaagt hier wonderwel in, tot en met franse muziek op de koop toe. De geweldige speciale verjaardagstaart (met worteltjes jawel, specialiteit van het huis) doet er nog een laatste schepje bovenop en dus kan ons geluk niet op. De stralende glimlach van Katell is het beste bewijs dat deze week weer kan bijgeschreven worden in de analen van Thang-ka.



Zaterdag wisselen we in Madrid Katell, Cécile en Jacques in voor het nieuwe en even gemotiveerde drietal Wim, waarmee we tijdens de namiddag een blitzbezoekje brengen aan Madrid, Nono en Manu die de blijvers Theo, Rik en Tristan een nieuwe boost komen geven. Dit veteranenteam heeft voor vandaag een hike en fly gepland in Pedro Bernardo en ze zorgen zelfs voor een gigantische barbecue bij onze aankomst. Dat wordt smikkelen. Mmm.

Zondag vliegen we er dus met z’n allen in op Cebreros waar onze 3 nieuwelingen dezelfde instrukties voor het thermiekvliegen krijgen als de anderen vorige week : centreren is de boodschap en proberen aan te voelen hoe de warme luchtkokers door de wind als een rietstengel verbogen en geplooid worden. En uitkijken voor de eersteklaspiloten die de gieren zijn en natuurlijk voor de grotere maar tragere medeparapentisten. Het blijkt een hele boodschap maar alles wordt al snel geassimileerd en tijdens meerdere vluchten in verschillende graden van perfektie ten uitvoer gebracht.

Maandag wordt er voor ’s ochtends noorderwind voorspeld en dus trekken we vol optimisme naar de overkant van de vallei richting antennes. Als we op de startplaats aankomen staat de windvlag als begroeting echter lustig in de andere richting te fladderen. Rugwind dus. Maar niet al te sterk. Er wordt door sommigen vol berusting gezucht, terwijl anderen een twinkeling in de ogen krijgen. Dit belooft een aktie te worden waar de slogan ’Brand Bintje’ (beter bekend als ’feu patate’ in het frans) zijn ware betekenis krijgt. De meest gemotiveerden (of de minst voorzichtigen) maken zich dus klaar om er voor te gaan, hop met de beentjes, alles of niks. Op de niet al te lange start gaat Jo als eerste met een kromme bocht tussen de rotsblokken door de lucht in. Tristan kiest voor de volle rugwind en gaat er als een speer vandoor, gelukt. Ook Nono, Manu en Rik moeten het onderste uit de kan halen om hun scherm iets of wat snelheid te geven vooraleer met een grote sprong in het niets te verdwijnen en te hopen dat er genoeg draagkracht is om niet met een grote bots tussen de enorme rotsen terecht te komen. Wie niet waagt niet wint en het loopt voor iedereen bij de eerste poging van een leien dakje en een glijvluchtje van 900 m hoogte is de beloning voor al dit stunt- en vliegwerk. Theo en Wim staan dit allemaal verbijsterd gade te slagen vooraleer samen met Els de terugweg aan te vatten in de minibus.
’s Namiddags gaan we naar Pedro Bernardo voor enkele thermiekvluchten van de oostkant waar de meesten er in slagen zich vrij lang goed vliegende te houden en daarna slaan we de tenten op (en worden ze verdeeld naar grootte en aantal inwoners) in de plaatselijke merendero, een ingerichte campingplaats met stenen tafels en banken en al het materiaal voor een uitgebreide barbecue. We kiezen echter unamiem voor een gigantische paëlla mixte in de plaatselijke Hogar bar, met overvloedige schelp- en schaaldieren en het benodigde vlees voor onze carnivoren in de groep. Aangezien we na het voorgerecht al een halve buik vol hadden blijft er nog genoeg over om morgen nog eens van te eten. Waar bizar genoeg niemand iets op tegen blijkt te hebben.

Rise and shine, iedereen komt min of meer gezwind uit de respectievelijke tenten gesprongen of gekropen maar de nacht blijkt niet voor iedereen even goed te zijn verlopen. Wim heeft last van een licht dipje wat hoofd en buik betreft (hoewel de wijn gisterenavond nu toch weer niet zo overdreven vloeide) en Manu sliep (of beter gezegd, sliep niet) op een groot rotsblok en legt hiervoor de verantwoordelijkheid bij Theo die de tent had opgezet.
We nemen het ontbijt aan de Sloeffie en besluiten, gezien het wolkendek en de voorspelde westenwind, naar het mythische Piedrahita te trekken doorheen het prachtige landschap van het Gredosgebergte. We stoppen even onderweg aan de Puerta de Picos om de oude romeinse heirbaan te bewonderen die meer dan 2000 jaar geleden hier door berg en dal aangelegd werd en nog steeds in verbijsterend goeie staat is. Als we dat vergelijken met het hedendaagse wegennet dan is er blijkbaar wel wat vakmanschap verloren gegaan intussen. Maar dat is een ander verhaal.
In Piedrahita is het eveneens licht bewolkt als we aankomen en het rood-groene tapijt, waar het biljartlaken van Raymond Ceulemans jaloers zou op zijn, ligt uitnodigend te blinken. We slagen er niet in onze lokale steunpilaren Edouardo en Lourdes te pakken te krijgen en dus vertrekken we voor 2 rustige glijvluchtjes boven dit gans andere landschap met z’n weidse vergezichten. Op de terugweg maken we een korte stop in Arena en terug thuis verorberen we de rest van de paëlla. En dan onder de wol.

Woensdagmorgen verlaat Rik ons voor verdere avonturen in Chili en de anderen brengen de dag door op de verschillende startplaatsen van Pedro Bernardo waar het exploiteren van de thermieken een drukke en vermoeiende bezigheid blijkt. Zo vermoeiend dat Theo zich ervan beklaagd zijn reistas zelfs niet meer opgehoffen te krijgen. ’s Avonds testen we het restaurantje El Gavilan in het volgende dorp, een andere goeie tip van één van de lokale piloten. Hier proeven we de specialiteiten met allerlei champignons en natuurlijk de traditionele uitstekende maar gigantische lappen gegrild lams-, kalfs- en varkensvlees. Het enige vermeldenswaardige evenement tot de volgende morgen is een doffe plof en een schaterlach in het midden van de nacht als Theo een gigantisch rotsblok uit z’n reistas vist en dit met een grote boog uit z’n tent verwijderd. Poets wederom poets.

Donderdag belooft onze laatste vliegdag te worden en dus trekken we rond de middag nogmaals richting Pedro Bernardo voor wat een stabiele lokale vlucht belooft te worden. Totaal onverwacht wint Nono toch wat hoogte en al snel zit hij enkele honderden meters boven de start. Manu, Elsje en Tristan vinden wat thermiekbellen her en der maar niets dat sterk genoeg is om door de stevige inversielaag te breken. Zo blijft het werken, zweten en zwoegen zonder oponthoud om enkele tientallen meters te winnen en even later weer te verliezen, of net niet. Na meer dan een uur slaagt Manu er eindelijk in om Nono te vervoegen boven de eerste bergkam en samen trekken ze dan toch eindelijk op cross, gejaagd door de wind. Het plafond blijft vrij laag en dus is het steeds bezig blijven in de thermieken om de transities tussen de verschillende toppen tot een goed einde te brengen.
Na een goed uur vechten zonder echt hoogte te winnen of te verliezen komt een fikse sluiting een einde maken aan het plezier van Elsje en stevent ze recht op de landing af waar Jo haar, Wim en Theo komt ophalen. Tristan slaagt erin om boven de zuidwest start te geraken en zet zich daar neer om samen met de anderen te komen pick-nicken. Even later is hij alweer in de lucht, gevolg door Jo die een oogje houdt op Theo en Wim die ook hun eerste start van de westkant maken.
Tristan weet de laatste cyclus goed te benutten en zet de achtervolging in op de 2 koplopers die ongeveer 2 uur voorsprong hebben en het 3-tal legt met veel concentratie, volharding en doorzettingsvermogen toch wel wat afstand af. Manu breekt het record van de week met een 30-tal kilometers na een vlucht van exact 3 uur. De anderen zetten toch ook een prachtprestatie neer en zo wordt het een geweldige afsluiter van de vliegweek.

Vrijdag regent het vol overgave en gaan we dus op stadsbezoek, eerst naar Avila waar in ’El Convento’ de hongerigen zich laten spijzen en de dorstigen zich laten laven tot we er bijna niet meer van rechtgeraken.
Aangezien het blijft gieten doen we ook Segovia aan, een gezellig stadje op zo’n 100 km van Madid waar de best bewaarde romeinse aquaduct van Spanje een adembenemend schouwspel biedt. Hier werd Isabella la catholica tot koningin gekroond en werd het afgebrande ford in de 19de eeuw vervangen door een architecturale fata morgana die door de enen ’de tempel van de slechte smaak’ zou genoemd worden en door de anderen een uit de hand gelopen Disney experiment.
Onze laatste tapasavond sluiten we af in schoonheid met een assortiment om U tegen te zeggen. We gaan ons te buiten aan hesp met schimmelkaas en honing, zalm met guacamole en amandelen, ansjovis met pikante mangosaus en andere tongsgtrelende lekkernijen.
En toen was het tijd om door te gaan.

Het was weer een geweldige reis met onverhoopte vliegcondities (Tristan slaagde er bij voorbeeld in op 10 dagen tijd zo’n 20 vlieguren bijeen te fladderen) waarbij iedereen ruimschoots aan z’n trekken kwam, zowel wat vliegen als wat culinaire hoogstandjes en culterele ontdekkingen betreft.
Het belangrijkste element waren natuurlijk de deelnemers die weer allemaal serieus uit hun pijp zijn gekomen en hun beste beentje hebben voorgezet om er een onvergetelijk plezant avontuur van te maken.
Bedankt iedereern die mee was en tot volgend jaar !


Commentaires