Indië 2008

zondag 22 februari 2009

De Indiëreis van 19 oktober tot 1 november 2008.

Vrijdag 17 Oktober

We (Jo en Els) komen aan op het vliegveld van Delhi om 5 uur ’s morgens en worden er warm onthaald door de Matten (de grote en de kleine) en Marian die ook net aangekomen is. We nemen de taxi naar het hotel Potala Guesthouse in Majnu ka Tilla, een volledig ommuurd tibetaans vluchtelingenkamp ten noorden van Old Delhi. De matrassen zijn erg magertjes en het afwateringssysteem voor de lavabos praktisch onbestaand maar het duurt niet lang voor we allemaal in dromenland zijn na de lange en vermoeiende vliegreis.

Rond de middag trekken we op verkenning naar Old Delhi en net buiten de poort van Majnu ka Tilla laten we ons door een hijgende fietsrickshaw naar de metro brengen. Hier worden we door de eerste de beste veiligheidsagent vriendelijk ondervraagt naar ons huwelijk, kinderen, werkomstandigheden enz. waardoor we tot een snelle huwelijksverbintenis overgaan tussen Marian en kleine Matt, kwestie van geen ongehuwde vrouwen te laten rondhangen in Delhi. Eens we uit de geairconditionneerde metro stappen wanen we ons in het midden van een wervelstorm.

Buiten is het 35° C, de vervuilde lucht dringt onmiddellijk onze longen binnen, net zoals de geuren van kruiden, exotisch voedsel en vuilnis onze neusgaten aanvallen. We wandelen op het trottoir tussen allerlei stalletjes vol tapijten, motoronderdelen, kleding, voedsel en prullaria, intussen uitwijkend voor koeien, bedelaars en honderden andere voetgangers. Durf je een teen van het voetpad afwijken dan is het uitkijken geblazen om niet verpletterd te worden door een wirwar van ontelbare fietsen, rickshaws, toektoeks of karren getrokken door een kameel, een fiets of een koe en geduwd door een horde magere maar pezige Indiërs.

Indiërs zijn (soms spijtig genoeg) zeer vriendelijke en behulpzame mensen die nooit ’nee’ kunnen zeggen. Hierdoor worden we alle richtingen opgestuurd aangezien iedereen, zelfs degenen die absoluut geen woord engels verstaan of die de weg niet kennen, ons op het goeie spoor willen helpen. Dit belooft een echte oriëntatiekoers te worden. Niet zonder moeite vinden we ons eerste doel : de Jama Mashid, de grootste moskee van Delhi die dateert uit de Mughalperiode. Dit monument uit rode zandsteen onthaalt ons warm, als een oase van rust in het turbulente Delhi. Na het middaggebed worden we binnengelaten op blote voeten, Marian op elegante wijze gehuld in een soort tafellaken om haar blote armen te bedekken.
We staan vol bewondering voor het vakmanschap van de Mughals die dit pareltje ontwierpen en klimmen tot boven in de minaret om de zonsondergang boven Delhi te bewonderen. Hierna wagen we ons in de bazaar voor de moskee waar alles en nog wat te koop aangeboden wordt en bestuderen we een bende cricketspelers, de nationale sport van Indië.











Zaterdag 18 Oktober

De dag begint vroeg voor Jo en Marian die Katleen gaan ophalen op het vliegveld om 6u ’s morgens. ’s Namiddags gaat het richting Red Ford en het eerste dat ons opvalt is de ongelofelijke chaos en het tumult overal onderweg. We worden halfdoof van de weg afgeblazen door het geluid van honderden claxons en begrijpen al snel waarom. Op de achterkant van alle voertuigen staan 2 zinnen geschreven. De eerste "Keep distance" wordt door iedereen strikt opgevolgd want men laat minstens 5 tot 15 mm tussen elk voertuig, de tweede wordt op nog meer enthousiasme onthaald en zegt "Blow horn" wat zoveel wil zeggen als "gelieve te toeteren zodra je in de buurt komt want ik zie je niet omdat mijn achteruitkijkspiegels toegeplooid zijn wegens het opvolgen van zin 1"
In het ford zelf merken we niets van al dat geharrewar en profiteren we van de luxueuse tuinen om even uit te rusten. Het merendeel van de bezoekers zijn indiërs en we vinden er zelfs enkele wachters terug in de traditionele blauwe klederdracht (let vooral op het schoeisel). De Mughalstijl van de gebouwen is oogverblindend, opgetrokken in rode zandsteen en witte marmer, volledig overdekt met een ongelooflijke hoeveelheid mozaïeken in allerlei kleuren en filigraan in marmer uitgewerkt zo fijn als kant.
We geven onze ogen de kost alvorens iets te gaan eten bij Karims, een gekend restaurant met traditionele indische schotels om duimen en vingers bij af te likken, terwijl de Matten Loïc gaan ophalen.
Iedere keer staan we weer verstomd over het gemak waarop de verschillende weggebruikers zoals koeien, rickshaws, vrachtwagens, bussen enz. samen de weg delen zonder al te veel ongevallen. gelukkig dat er klaxons bestaan.







zondag 19 Oktober


We verlaten ons hotel om 6 uur ’s morgen om de laatste 2 van de groep, Nono en Tophe, op te halen en rijden onmiddellijk door naar het noorden. Gedurende uren blijft de vervuiling van Delhi ons achtervolgen, we rijden door een dichte mist van smog en langs de kant van de weg bevinden zich uitgestrekte vuilnisbelten, tientallen km lang. We nemen ons eerste echte indische ontbijt allemaal samen aan de kant van de weg om ons voor te bereiden op de gekruide schotels die ons nog te wachten staan.
Onderweg nog steeds dezelfde chaos en geluiden en we begrijpen nu beter de regels van het spel. In theorie rijdt iedereen links maar in de praktijd doet iedereen blijkbaar waar hij zin in heeft en vinden de anderen dat geen enkel probleem. Een weg met 2 rijvakken is gemakkelijk bruikbaar voor 4 tot 5 à 6 voertuigen naast elkaar, de groten in het midden en de kleintjes aan de buitenkant. Als de weg verdwenen is door de moesson rijden we gewoon door de rivierbedding of door de velden en verkeerslichten zijn gewoon decoratief behalve in de steden als er een politieagent naast staat. De groten hebben het recht de kleineren van de weg af te duwen en het is verboden om langer dan 30 seconden niet te klaxoneren. Voor de rest is alles net als bij ons.
Na een reis van 14 uur marteling voor de rug en andere ledematen komen we rond middernacht aan in het "Bir resort hotel".






Maandag 20 Oktober

Een rustdag na de calvarie van gisteren. We installeren ons in de kamers en maken een wandeling naar het dorp waar we al snel het "Friends Café" vinden, de ontmoetingsplaats voor parapentisten in Bir. En parapentisten zijn er wel op dit moment. Vandaag eindigt een preselectie van de wereldkampioenschappen parapente in Bir met zo’n 80 piloten ingeschreven, komende van alle kanten van de wereld (vooral van rusland dat niet zo ver af ligt).
’s Namiddags gaan we een kijkje nemen in Billing, de opstijgplaats op zo’n 50 minuten met de taxi vanuit Bir. We vinden hier de "gewone décollage" en de "russische décollage" waar we ons instaleren om een eerste verkenningsvlucht te doen. Er is nog steeds veel volk op de décollage (tientallen mensen staan zich klaar te maken of te kijken) en dat zijn we natuurlijk niet gewend, Cantalvliegers dat we zijn.
We maken een rustig avondvluchtje en vliegen boven de rotswanden, de ontelbare rijstvelden en de theevelden rond Bir. Ook op het landingsterrein is het nog druk met allerlei hoogwaardigheidsbekleders die de prijzen komen uitdelen enz.
We genieten met volle teugen van onze eerste zonsondergang in Bir, er zit magie in de lucht en dat belooft voor de rest van de week.





Dinsdag 21 oktober

Onze bende van 9 is gemotiveerd en na een ontbijt van pannekoeken met banaan of chocolade bij Friends en de administratieve formaliteiten gaan we naar boven voor de eerste cross van de week. We zijn nog iets te vroeg voor de juiste condities (het startsein wordt normaal gezien gegeven als "Jean de zwitser" zich in de lucht zet) en we drinken samen een chai eer we ons gaan klaarmaken op de russische décollage (op de gewone startplaats is er gewoon te veel volk). Iedereen wacht op de gieren die dagelijks het begin van de thermieken aangeven.
Jo vertrekt als eerste rond het middaguur en neemt Nono mee voor een geweldige vlucht van bergkam tot bergkam, een cross van 40 km tot aan Big Face en terug. Ondertussen doen Marian, Tophe en ik een rustig ploefke, onder de indruk als we zijn door de geweldige omgeving, de ongekende condities en de ontelbare piloten die zich allemaal in dezelfde thermieken storten. Katleen is daarentegen supergemotiveerd en zet zich onversaagd boven de eerste bergkam om daarna een spoedcursus thermieken pakken te doen boven de tweede bergkam die vanaf dan haar naam zal dragen. Ze blijft meer dan een uur in de lucht en is "in de wolken" van deze eerste echte vlucht, net als Nono natuurlijk die zijn brede smile de hele avond niet meer afzet.
’s Avonds eten we bij Friends waar Erwin of Alwin (we zijn nooit achter de exacte spelling van zijn naam gekomen), onze kleine afwasser al snel ieders hart verovert.





Woensdag 22 oktober

We nemen de gewoonte om ’s morgens vroeg op te staan en na het ontbijt bij Friends naar boven te gaan. Boven aangekomen hebben we dan nog ruim de tijd om de weercondities te bestuderen (praktisch elke dag hetzelfde, geweldig vliegweer) terwijl we de typische indische gesuikerde thee met melk drinken. Jo stijgt op rond de middag en staat even later alweer met zijn voeten op de grond, net iets te vroeg geweest vandaag. Marian en ik hebben nog steeds geen zin om ons in het wespennest van piloten boven de eerste kam te wagen dus laten we ons meedrijven naar de vlakte waar er minder piloten en evenveel thermieken rondhangen. We profiteren van dit prachtige landschap met z’n steeds wisselende kleuren terwijl Katleen de thermieken temt en hoog boven de décollage uitkomt. Nono en Tophe worden intussen op sleeptouw genomen door de Matten en verkennen de bergflanken rondom.
’s Avonds passeren we in de "Art Gallery" van Bir waar we thee voorgeschoteld krijgen van een vriendelijk lachende maar geen engels verstaande bomma, terwijl we wachten op de sleutel die zich uiteindelijk nog in Dharamsala blijkt te bevinden. We beloven dan maar op een andere dag terug te komen, "Indian style" noemen ze dat hier.
Marian is vastbesloten de locale whiskey ter proberen en de rest van de groep voelt zich natuurlijk geroepen om haar hierbij niet alleen aan haar lot over te laten.
’s Avonds eten we voor de eerste keer bij "de mammie" zoals Marian haar noemt, een kranige Indische vrouw met haar dochter die ons rijst met dahl (kruidige linzen) en "chicken" voorschotelen. De citroenthee is hier perfect en de vriendelijkheid kent geen grenzen dus het feit dat er in de "chicken" enkele bizarre beenderen terug te vinden zijn nemen we er maar al te graag bij. Deze plek is een hemel op aarde voor parapentisten en daarbij komt dat de sfeer onder de deelnemers geweldig is. Wat wil een mens nog meer !!





Donderdag 23 oktober


Vandaag zijn we de vierde vliegdag. We kennen intussen beter de site, de andere piloten en de vliegcondities, het vertrouwen stijgt en dus maken we ons klaar voor een cross.
Matt neemt iedereen mee naar de "kam van Katleen" en vertrekt daarna naar de volgende kam, in de richting van de "rode tempel". Marian maakt een mooie thermiekvlucht boven de vallei en maakt een rustige landing op het officiële landingsterrein. Ik probeer Matt te volgen maar ben te laag en na een nipte en bewogen overtocht over de kam land ik op een rijstveldje net naast het landingsterrein. Hier beginnen de thermieken zich te vormen terwijl de anderen in de richting van de "golf" vliegen, een klein terreintje boven de vierde kam, waarop een redelijk technieke landing en vertrek mogelijk zijn. Om hier te geraken moet men verschillende thermieken nemen en daarna telkens een oversteek over een vallei doen.
Nono, de Matten, Loïc en Jo landen eerst, gevolgd door Tophe die zich zonder het minste greintje elegantie naast zijn vliegbroeders neerploft. Iedereen is moe en Katleen heeft moeite om zich goed te plaatsen dus wordt beslist om naar de officiële atterro af te zakken. De vele thermieken hebben veel van haar concentratie gevraagd en haar finale eindigt buiten het landingsterrein waar ze haar been en voet bezeert op een rijstveldje.





Vrijdag 24 oktober

Om te recupereren van de vermoeidheid en de emoties van gisteren slapen we lang uit. We ontbijten (net als hobbits met 2 ontbijten per persoon) zo laat dat het al bijna een brunch kan genoemd worden. Vanop het terras van Friends kunnen we de jonge boedhistische monniken in de gaten houden die voetballen met een katoenen prop. Blijkbaar zijn het eerder voetbal- dan cricketfans.
Katleen en ik blijven beneden om thee te drinken, nog wat te shoppen en te verbroederen met een sympathiek russisch koppel. De anderen gaan ’s namiddags naar boven terwijl de condities wat kalmer zijn. De thermieken zijn echter even present boven de vlakte en ze maken een hele toer rond de vallei maar geraken niet meer tot aan het landingsterrein dus landen ze in de rijstvelden. Hun wandeling te voet terug naar het dorp laat hen de andere kant van de vallei ontdekken en ze lopen zelfs per ongeluk een school binnen waar de kinderen net een zangvoorstelling voorbereiden. Hier worden onze vreemdelingen die uit de lucht vallen warm onthaalt maar ze maken toch maar snel dat ze weg zijn. Die avond nemen we onze laatste apéro allemaal samen op het terras.








Zaterdag 25 oktober

Na het vroege vertrek van Katleen naar Delhi gaan we naar boven voor een rustig vluchtje. Marian maakt verschillende oversteken over de verschillende valleien en probeert om naar de rode tempel te vliegen. Aangezien het overal naar boven gaat probeert Jo een cross te doen in de achterliggende vallei en na een mooie vlucht zet hij zich neer in een veld waar hij onmiddellijk door het halve dorp onthaald wordt als een held die uit de hemel is komen vallen. Hij wordt vergezeld door een hele tros kinderen als hij uitgenodigd wordt bij de dorpschef om thee te komen drinken, waarna deze hem op zijn scooter naar de hoofdweg brengt om een taxi te nemen.
’s Avonds eten we weer eens bij de mamie ; rijst met bizarre chicken (we verdenken haar ervan een paar mangoesten in de pot gedraait te hebben) met een sterk gekruide saus, dahl en gegrilde potatoes. Hier ben je zeker dat je met een goedgevulde maag huiswaarts keert want net als een echte grootmoeder spoort de mamie je aan om nog een schepje bij te nemen.





Zondag 26 oktober

De Matten, Loïc en Nono gaan ’s morgens naar boven en met geweldige thermieken maken ze een lange cross langs de andere kant van de bergkam. Nono heeft echter niet genoeg hoogte meer om nog op het landingsterrein te geraken en zet zich ergens neer in the middle of nowhere. Al wandelend met z’n zeil op de rug baant hij zich terug een weg richting beschaving. De anderen bezoeken intussen een tibetaanse tempel waar alle moniken net in de rij staan om hun dagelijkse portie rijst met dahl op te halen. Jo kan het natuurlijk niet laten om zich er tussen te mengen maar zijn rastakapsel is niet te camoufleren tegen de kaalgeschoren monikenkopjes. In de namiddag gaan we naar boven om te profiteren van zachte condities tijdens een rustig avondvluchtje. De thermieken zijn groot en goed georganiseerd en we blijven zonder al te veel moeite boven, ook in de vallei. Hier genieten we met volle teugen van deze steeds wisselende lappendeken van groen-bruine rijstveldjes met hun subtiele kleurschakeringen in het zachte avondlicht. Wat een magnifieke site, wat een overdonderende landschappen. Iedereen is in de wolken na deze heerlijke vlucht.





Maandag 27 oktober

Vandaag is het weer niet zoals gewoonlijk : de wolken hangen laag en we wachten op een opklaring op de startplaats met Flo, een vriend van Matt. Als de eerste thermieken zich vormen zitten we met grote ogen te kijken hoe een bende russen een met zijn been in het gips liggende kameraad de lucht in zwieren. Volledig kierrewiet die gasten, daarover zijn we het allemaal eens. (Enkele dagen later zien we deze rus terug met eveneens de arm in de plaaster !!!!)
Tophe, Marian en ik hebben na een week wat meer zelfvertrouven gekregen en wagen ons tussen de andere piloten om samen de thermieken op te zoeken. We tanken vol boven de eerste bergkam en maken de oversteek naar de kam van Katleen. Nono stijgt even later op maar vindt niet direct een lift en blijft aan de startplaats rondhangen. Het plafond is vrij laag en af en toe moeten we inderdaad moeite doen om niet met ons hoofd in de wolken te zitten. Ik volg Jo naar de rode tempel waar de thermieken nog niet goed gevormd zijn dus vangen we de terugweg aan als we onderweg Tophe tegenkomen in tegenovergestelde richting. De rode tempel is dikwijls een ontmoetingsplaats voor vele parapentisten maar vandaag is er niemand die er echt uit geraakt. De condities zijn goed maar een beetje turbulent dus is iedereen super geconcentreerd terwijl we terugkeren naar de kam van Katleen waar Marian intussen volop haar thermiektraining aan het inhalen is. Na een geweldige vlucht keren we (Marian, Tophe, Jo en ik) terug naar het landingsterrein. Intussen zijn de Matten en Loïc nog steeds op de vertrekplaats terwijl Nono die een beetje ter plaatse blijft trappelen probeert om terug boven te landen. Tijdens zijn finale wordt hij door een turbulentie door elkaar geschud en hij komt vrij hard neer. Gelukkig is zijn engelbewaarder wakker en hij komt er met de schrik en enkele blauwe plekken vanaf.





Dinsdag 28 oktober

Vandaag is er veel wind, Nono is nog een beetje dooreengeschud en we hebben allemaal zin om eens wat van de omgeving te zien dus besluiten we om een rustdag in te lassen. Na de brunch testen Jo en Matt de Enfield bullet van Flo (waarmee ze even later zonder benzine vallen) terwijl de anderen zich nog maar eens te buiten gaan bij de T-shirten in de Art Gallery.
’s Namiddags nemen we na een hele tijd wachten de bus naar Baijnath, een heilige hindoesite. De grote tempel hier dateerd uit de 8e eeuw en is volledig gedecoreerd met sublieme reliefs van hidoegoden. Degene die het meest opvalt is waarschijnlijk Ganesh, de olifantengod die alle obstakels wegneemt.
We zitten nu in volle voorbereiding van Diwalli (het hindoe nieuwjaar en feest van het licht) en de straten zijn overvol met mensen die zich nog snel allerlei cadeautjes en vooral bergen snoepgoed in allerlei kleuren en volle dozen bommetjes aanschaffen.
’s Avonds hebben we moeite om thuis te geraken. We moeten achter de bus aanlopen die reeds vertrokken is en eens we erop getrokken zijn moeten we ons in allerlei bochten wringen om toch nog ergens een hand en een teen in evenwicht te kunnen plaatsen. Volledig verfrommelt en uitgeput komen we eindelijk in Bir aan waar we ons weer eens laten gaan bij "de mamie".
’s Avonds nemen we zoals het hoort deel aan Diwalli (onze jongens zijn erger dan kinderen) en laten ze fier hele bundels bommetjes ontploffen op het dak van het hotel, in het gezelschap van enkele zwitserse toeristen en een indische schorpioen. Happy Diwalli !!





Woensdag 29 oktober

Jo, Tophe, Marian, Nono en ik nemen ’s morgens een taxi om Mc Leod Ganj te bezoeken, een stad op zo’n 2,5 uur rijden van Bir waar zich de Tibetaanse regering in ballingschap gevestigd heeft, naast Dharamsalah waar de Dalaï Lama woont.
’s Morgen gaan we vooral op soevenierjacht naar typische tibetaanse en hindoevoorwerpen zoals de zingende kommen waar Tophe en Jo verzot op zijn (ze kunnen het niet laten hier regelmatig een concert van te geven), cymbalen, stoffen, beeldjes en allerlei andere bizarre toestanden.
’s Namiddags bezoeken we de tibetaanse tempels vol sublieme tekeningen met ontelbare details en enorme standbeelden van Boeddha en consoorten. Het tibetmuseum verhaalt de vervolgingen van de tibetanen en de bezetting van hun land door de chinezen . Dit bezoek laat ons wat teneergedrukt achter maar gelukkig zijn we niet ver van de beste brownies van heel Indië en de combinatie met de typische himalaya thee met ranzige boter is op z’n minst verrassend te noemen.





Donderdag 30 oktober

Vandaag is onze laatste vliegdag dus beslissen we om het rustig aan te doen. We nemen het ontbijt bij Friends (voor sommigen zelfs twee ontbijten) tegenwoordig zo laat dat het al een brunch zou kunnen zijn. Hierna gaan we naar boven om de laatste chai op de startplaats te nemen en de laatste keer deze prachtige vallei van bovenaf te bekijken. Terwijl we ons klaarmaken moet Jo eerst een bende picknickende boedhistische moniken van de decollage verwijderen en zien we een drietal stevige himalayavrouwen naar beneden komen. We stijgen op in de late namiddag voor een rustig avondvluchtje met ruime thermieken zowel boven de bergen als de vallei en we sluiten het vliegen in alle rust en met schoonheid af.
We komen allemaal samen op de landingsplaats om alles nog eens extra in ons geheugen in te prenten : de kleurrijke kleding van de steeds lachende dames die zonder moeite allerlei dingen op het hoofd balanceren, de statig mediterende boedhistische moniken, de overal aanwezige koeien en de ontelbare vriendelijke gezichten van hindoes en tibetanen zij aan zij.
Vanavond eten we ook voor de laatste keer bij de “mamie” die ons omhelst als teruggevonden familie als we haar zeggen dat we morgen terug naar Delhi keren.
Nog een laatste apero op ons terras (de winter komt eraan en dat voelen we aan de temperaturen die ’s avonds serieus de dieperik in gaan) en daarna is het inpakken geblazen. Morgen vertrekken we.






Vrijdag 31 oktober

We vertrekken na een karig ontbijt (tot grote teleurstelling van de hele groep geen pancakes vandaag) met de taxi richting Baijnath. We rijden voor de laatste keer onder de wegwijzer naar Bir door en komen ’s morgens aan in het station voor een treinreis van 90 km en 6,5 uur.
Aangezien we op de eerste vertrekplaats instappen installeren we ons rustig, alleen op een bankje voor 2 personen, ieder aan een venster om toch maar niets van het landschap te missen. De trein zet zich langzaam in beweging en we zien de Himalaya stilaan aan de horizon verdwijnen. Nog een laatste nostalgische blik op dit stukje hemel op aarde en dan worden we terug met beide voeten in de realiteit gebracht. Bij elke stopplaats (ongeveer om het kwartier) komen er meer en meer reizigers onze wagon binnengeslopen. Zo zitten we ineens met twee op het bankje, of met drie. De indiërs beginnen zich in de middenbeuk te installeren en aan de ingang en langzaamaan wordt ons plaatsje alsmaar krapper en krapper. Zo vinden we Matt na enkele uren terug onder een bende indiërs, met 5 op het bankje en nog enkele op z’n kniëen. Jo heeft edelmoedig z’n plaats afgestaan aan een in zwijm gevallen grootmoeder en hangt al enige tijd op onze rugzakken, Loïc verdwijnt stilaan in de coulissen, weggedrumd door een horde vrolijke indiërs en Nono wordt af en toe platgeduwd als zijn buurjongen even moet overgeven door het raampje. De treeplank van onze wagon wordt (net als alle andere trouwens) ingenomen door een tiental stevige knapen die zich (soms letterlijk) met hand en tand aan de buitenkant van de (gelukkig niet al te snel rijdende) trein vastklampen. Dit blokeert natuurlijk volledig de ingang van de trein waardoor er op ieder station koffers, kinderen en ouderlingen door het venster naar binnen worden geduwd die daarna vakkundig in een vrijliggend gaatje gedumpt worden.
Na 5 uur rijden hebben we nog maar de helft van de weg afgelegd en de paniek begint even de kop op te steken want we mogen onze aansluiting naar Delhi niet missen. Uiteindelijk krijgen we nog een echte eindspurt te zien van ons hijgend en puffend stoommonster en na 8,5 uur staan we in Pathankot op het perron.
Hier nemen we afscheid van de Matten en Loïc die nog verder doorreizen naar Nepal en krijgen bijna een hartaanval als omgeroepen wordt dat de trein niet een uur maar een dag vertraging heeft.
Geen zorg, ’t was maar een grapje van de omroeper want anderhalf uur later zijn we dan toch onderweg naar Delhi. Slaapwel.





zaterdag 1 november

We komen aan in de vroege uurtjes en nemen ons ontbijt met een gigantische en overheerlijke pancake met banaan en chocolade in Majnu ka Tilla waar we ook onze reis begonnen zijn. Hierna bezoeken we het Gandhi museum en eten we een laatste keer bij Karims alvorens Nono en Tophe het vliegtuig nemen richting Parijs.

Wij (Jo, Marian en Els) blijven nog even langer om nog enkele van de talloze schatten van Indië te bezoeken. We staan in volle bewondering voor de Taj Mahal, ode aan de liefde, drinken de lekkerste lassi van Indië in Johneys Place, gaan op zoek naar tijgers in Ranthambore, slapen in modderhutten in Jaipur en passeren bij de grootste Camelfair van het land in Pushkar.
Met al deze wonderbaarlijke beelden in ons hoofd keren we twee weken later terug naar huis met een grote smile : dit was een geweldige stage en een prachtige vakantie die zeker naar meer smaken.