Andalousië 2011.

zondag 17 juli 2011

Donderdag 7 april 2011.

Jo, Els, Simon en Ebe vertrekken naar het zonnige zuiden.

Vrijdag 8 april 2011.

We rijden en rijden en rijden maar door. Het wordt alsmaar warmer terwijl we Spanje doortrekken op weg naar Andalousië. ’s Avonds komen we aan in het sympatieke stadje Cadix waar we de eerste tapas voorgeschoteld krijgen. Gratis en nog super lekker ook, een echte aanrader.
We duiken de tenten in om de volgende morgen vroeg te kunnen starten.

Zaterdag 9 april 2011.

In de vroege voormiddag komen we aan op de luchthaven van Malaga waar we Griet en Olivier ophalen.
Na een intermezzo op het strand pikken we Fabrice op en trekken naar El Gastor. Hierbij volgen we nauwkeurig de aanwijzingen van onze spaanse gids Maria (de GPS) die ons langs allerlei kronkelende bergwegeltjes laat passeren. Dikwijls zijn ze dan nog wat smaller dan gewoonlijk (cortado) door wegverzakkingen na de hevige regens van deze winter. We komen aan tegen middernacht en iedereen is doodop.

Zondag 10 april 2011.

De gîte, las Crespias, is geweldig en de Duitse eigenaar Jurgen zeer sympatiek.
Om te bekomen van de reis van gisteren slapen we lekker uit waarna we een wandelingetje maken rond het meer dat net naast de gîte ligt. Het is mooi weer maar te veel wind om te vliegen.
In de namiddag geeft Jo een theorieles over het gebruik van de reserveparachute en daarna gaan we een kijkje nemen op de landingsplaatsen rond Algodonales, het mekka van de parapente in Andalousië.
Aan het eind van de namiddag trekken we naar de vertrekplaats ’poniente’ van Algo. De wind begint te zakken en enkele thermiekbellen stijgen op voor de startplaats. De condities zijn ideaal en we vertrekken allemaal (sommigen al wat eleganter dan anderen) voor onze eerste vlucht van de week. Fabrice slaagt er in zich te laten wegblazen door de wind en komt op het landingsterrein voor de deltas terrecht, verschillende kilometers van de gewone landingsplaats. Apero !!!
Simon landt midden op het terrein maar is zo geconcentreerd op z’n landing dat hij niks van het schitterende landschap heeft gezien. Ondertussen profiteren Griet en Els van de dynamiek van een bultje voor de startplaats om een mooie, rustige avondvlucht te doen.
Olivier vertrekt als laatste en slaagt er in, dank zij de aanwijzingen van Jo om boven de startplaats te geraken. Hij maakt een geweldige eerste vlucht en slaagt er in om net naast de landingsplaats terecht te komen. Zijn eerste woorden zijn dan ook : "Wie heeft die landing hier verlegt?"
We hebben allemaal ons hoofd vol van de prachtige beelden van onze eerste vlucht en om dat te vieren trekken we er op uit voor tapas in Algo. Olé !!

Maandag 11 april 2011.

De wind blaast al hevig van ’s morgens vroeg en we trekken, zoals de locale piloten, naar de vertrekplaats "levante" van Algodonales waar we bijna wegwaaien. De meesten druipen af of wachten tot de wind zakt maar Jo beslist om een poging te doen op de site van Montellano, enkele km naar het noorden en veel lager dan Algo. We komen als eersten aan op de bovenste startplaats waar de wind inderdaad veel minder sterk is dan in Algodonales. Iedereen stijgt op voor een prachtige vlucht met zowel thermiek als dynamiek boven de heuvels van Montellano.
Vooraleer de lokale piloten en andere groepen doorhebben dat het hier vliegt is onze groep al goed vertrokken. Jo neemt Fabrice en Griet verder mee langs de helling en ook Simon en Olivier maken een magnifieke vlucht en blijven lang hangen boven het vertrek. De meesten blijven zelfs een uur of meer in de lucht om te profiteren van de sublieme landschappen die ons omringen.

’’s Middags eten we in het dorpje Montellano en komen tegen het einde van de namiddag terug naar de onderste vertrekplaats. Iedereen is intussen ter plekke en dat maakt een schitterend spektakel van kleuren over heel de helling. Er wordt nu van beneden vertrokken want de wind is intussen nog wat toegenomen.
Fabrice stijgt zo hoog (1000 m boven de vertrekplaats) dat hij nog net een stipje is van beneden gezien en hij vliegt van helling tot helling om de omgeving te verkennen. Ook Griet slaagt er zonder al te veel problemen in serieus wat hoogte te nemen, zozeer zelfs dat ze haar oren moet doen om te zakken wegens de kou. Simon krijgt de soaring nu helemaal onder de knie en blijft boven als de besten. Op een gegeven moment begint de wind wat af te zwakken en Olivier en Els profiteren hiervan om een ploefke te doen als training op de precisielandingen.
Na een rustige avond in de gite zien we hoe de wind terug toeneemt. Iedereen naar bed, dat bezien we morgen wel.

Dinsdag 12 april 2011.

’s Morgens ontbijten we op het terras terwijl de muesli uit ons bord vliegt. Het is direkt duidelijk voor iedereen dat er vandaag niet zal gevlogen worden. We maken een ommetje naar de site van Teba met z’n middelleeuwse burcht en trekken dan richting Ronda.
Dit oude stadje pronkt met z’n archeologische schatten, verborgen vluchtroutes en vooral z’n schitterende brug die de diepe kloof overspand die de stad middendoor snijdt. Vooraleer terug te keren laten we ons nog even gaan met een superijsje waarbij vooral Jo de Jackpot wint met een enorme coupe om U tegen te zeggen.
Na het eten volgt nog op aanvraag een theorieles over de 360 daaloefeningen die doorloopt tot 1u ’s nachts. Geen wonder dat iedereen begint sterretjes te zien.

woensdag 13 april 2011.

Nog steeds veel wind en geen mogelijkheid om te vliegen rond Algodonales. We pakken dus onze biezen van ’s morgens vroeg richting Granada waar we rond de middag aankomen op de landingsplaats van Cenes-de-la Vega. Hier pikken we een parapentist op die we meenemen naar de vertrekplaats en die ons als gouden tip een adresje geeft om ’s avond te slapen.

Boven stijgt iedereen op voor een geweldige vlucht met grote en zachte termieken boven heel de vallei. We vliegen boven de bergkammen met op de achtergrond de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada en voor ons de stad Granada en het Alhambra. Fabrice neemt met gemak 1200 m boven de vertrekplaats en de anderen profiteren er eveneens van om de hele vallei te verkennen en een flink deel van de namiddag in de lucht te blijven. Magnifiek !!
Tegen het einde van de namiddag trekken we voor de tweede keer naar boven voor een rustige avondvlucht. Het licht is zacht en de landschappen met de sneeuw aan de ene kant en de lichtjes van de stad aan de andere doen laten een onvergetelijke indruk na.
’s Avonds proeven we voor de eerste keer de fameuze "vino tinto de verano" een drankje op basis van rode wijn en limonade dat heel verfrissend werkt en de ontdekking van de week is.
We slapen bij het vriendelijke koppel Theresa en Stepan die hun huis aan het opknappen zijn in het kleine dorpje Güéjar Sierra.

Om de knorrende magen van Nono en Olivier te vullen vinden we nog een tapas bar die open is om 11 uur ’s avonds. Bij het binnengaan valt onze mond open van verbazing om het decor van de bar die eigenlijk een grot blijkt te zijn. Er is geen cm² meer vrij, alles hangt en staat vol, van een moto midden tussen de tafeltjes tot hoeden, toeters en bellen in alle vormen en maten.
We worden onthaald door een klein mannetje met een enorme snor die zo lijkt weggelopen uit een tekenfilm. Hij bevestigd ons met een grote glimlacht dat het "geen enkel probleem is" om nog wat te eten, iets wat onmiddellijk tegengesproken wordt door het dondergezicht van zijn vrouw die ons laat verstaan dat de keuken gesloten is, de kok vertrokken en de frigo zo leeg dat de muizen er in dood vallen. Ze schiet echter in een spaanse colère in de keuken en begint tegen de sterren op allerlei lekkers uit haar mouw te toveren. We krijgen hier de lekkerste tapas van onze reis voorgeschoteld, alles ter plekke klaargemaakt. Bravo.
Terzelfdertijd geeft het mannetje Malafolia genaamd een super "one-man-show" in het spaans ten beste met een combinatie van mime, een quiz voor Fabrice over spaanse bergflora en allerlei bizarre verhalen over de verschillende objecten in de bar zoals een grote lap vlees in steen en andere vrolijkheden. Wat een dag, wat een spektakel.

Donderdag 14 april.

Aangezien de condities in Cenes ’s morgens nogal magertjes blijken uit te vallen slapen we lekker uit en trekken tegen de middag naar de vertrekplaats. We stijgen op voor een rustig ploefke maar ondanks het vroege uur zijn de thermieken toch al present en bijna iedereen doet een schitterende vlucht. De landing is niet gemakkellijk door de thermiekbellen rondom maar iedereen slaagt er toch in zich op het juiste terrein neer te zetten.
’s Namiddags zakken we af naar la Herradura aan de kust. De condities zijn ideaal en de kleine site van z’n 80 m hoogteverschil geeft een geweldig rendement. De zeebries is heel laminair en iedereen houdt gemakkelijk gedurende meer dan anderhalf uur boven de boomtoppen langs het strand. Het landschap is helemaal anders hier met uit de zee uitstekende rotsen, verborgen villa’s tussen de bomen en de golven die zachtjes onder onze voeten op het strand aanspoelen. Het is zo kalm in de lucht dat Griet er zelfs van geniet om zonder handen te vliegen en Fabrice maakt van de gelegenheid gebruik om z’n 360 uit te testen boven de zee. We landen bij valavond en trekken naar Almunecar om Nono op te pikken die met de bus aankomt.
Op de parking luisteren we naar de repetities van de fanfares voor de komende feesten van de heilige week voor Pasen. De combinatie van de grote trom met enkele tientallen blazers is genoeg om ons kippenvel te bezorgen. Als Nono ons eindelijk vervoegt gaan we een hapje eten in La Ventura waar we nog een gratis flamencoconcert voorgeschoteld krijgen. Daarna blijft ons enkel nog de moeilijke taak om onze gite te vinden op het einde van een stijl kronkelweggetje in de bergen.

Vrijdag 15 april.

’s Morgens gaan we eerst een kijkje nemen op de verschillende strandlandingsmogelijkheden (de ene al wat uitnodigender dan de andere) en klimmen we voor de eerste vlucht naar de site van Alfamar. De kondities zijn prima en we hoppen van bergkam tot bergkam met hier een daar een termiekbel die ons verder op weg helpt. Zo komt bijna iedereen na een rustige vlucht op het grote strand van Almunecar terecht.
’s Namiddags ziet het er minder goed uit, de wind is komen opzetten en de vertrekplaats zit in de mist. Toch gelooft Jo er in en de hele ploeg trekt naar de startplaats voor een vertrek "à la queuleuleu" zoals Fabrice het zo vrolijk zingt. De bedoeling is dat iedereen zit tegelijkertijd klaarlegt en dat iedereen dan snel na elkaar vertrekt zodra de mist even optrekt. Het gepaste moment gekomen wordt het startsein gegeven en de sliert parapentisten gaat (niet zonder enige aarzelingen) de lucht in. Hierna trekt het helemaal op en iedereen maakt een mooie avondvlucht en zet zich zonder problemen neer op het grote strand.
Om de week waardig af te sluiten trekken we naar Almunecar voor een vino tinto de verano met gratis tapas maar de roep van de knorrende magen laat zich weer horen en zo ontdekken we bij toeval het allerbeste restaurant van de streek. De gerechten zijn overheerlijk maa en dus verlaten we het pand met onze armen vol doggybags (maar niet alleen voor Ebe).

Zaterdag 16 april.

Jo en Els brengen Griet en Olivier naar de luchthaven in Malaga en ontdekken dat de Boxer blijkbaar een serieus probleem heeft met de turbo en ieder moment in panne kan vallen. We houden de vingers gekruist voor de komende dagen en sluiten de dag af met een spelletje Macciavelli om iedereen wat op te beuren.

Zondag 17 april.

Uitslapen en daarna laten we Nono en Simon met hun zeilen in la Herradura en trekken we terug naar Malaga waar we Fabrice op het vliegtuig zetten en Bert, Bart, Gert, Wim en Johan ophalen.

Maandag 18 april.

’s Morgens trekken we naar Alfamar maar de wind is te sterk en we zakken dan ook even snel weer terug af. We laten op de vertrekplaats een koppel duitsers achter die beslissen op daar te wachten tot de wind zakt. Wij trekken naar la Herradura voor een kort ploefke om de week in schoonheid in te zetten. We eten op het strand en keren dan terug naar Alfamar tegen het eind van de namiddag als de wind begint te zakken. Onderweg kruisen we de duitsers die eindelijk naar beneden komen omdat het boven is beginnen regenen.
Jo laat zich zoals gewoonlijk niet uit z’n lood slaan en we trekken toch naar de vertrekplaats, regen of geen regen. De verbaasde duitsers bekijken ons eerst meewarig als we uit de auto stappen en zetten dan grote ogen als ze iedereen zich zien klaarmaken op de startplaats. En zodra de regen stopt gaat de queuleuleu weer van start en gaat een sliert parapentes van start, de ene na de andere (al zitten er hier en daar wat haperingen in) achternagezeten door de duitser die het goede voorbeeld toch besluit te volgen.
De wind blaast in de perfekte richting om te starten maar niet om op het grote landingsterrein te geraken. De sliert geraakt met moeite vooruit en de verschillende bergruggen oversteken wordt een hele belevenis. Sommigen slagen al wat beter dan anderen en zo vinden we kleine groepjes terug op zowat alle strandjes tussen vertrekplaats en Almunecar.
Op de eerste landing vinden we Gert, Bart en Johan, die tot aan het middel in het water gegaan is. Niet omdat hij in de zee is geland maar om een heldhaftige redding te doen van de onfortuinlijke duitser die zich wel midden in het water neergezet had en al snel door zijn zeil verder zeeinwaarts getrokken werd. Na een grote merci aan Johan zien we hem terug met kleren en zeil onder de stranddouche. We geven hem de bijnaam Fons de spons vanwege zijn duidelijke voorliefde voor het water.
Op het tweede strandje is Nono net met de voetjes in het water geland maar z’n zeil heeft hij weten droog te houden terwijl Simon tussen de rotsen naast het strandje zich zonder kleerscheuren heeft weten neer te zetten. Nadat we uiteindelijk ook Wim, Bert en Jo kunnen oppikken die op het voorlaatste strandje geland zijn, gaan we terug naar boven voor een laatste avondvlucht (zonder Fons wel te verstaan). De condities zijn veel beter dan daarnet en hier en daar slagen we er zelfs in om boven te blijven. Nu hebben we tijd om te genieten van het prachtige landschap en zo sluiten we deze bewogen eerste dag in schoonheid af.

Dinsdag 19 april.

Er is al veel wind als we opstaan dus is het niet nodig om snel te gaan vanmorgen. De moedigsten (of degenen met het minste gezond verstand) springen in het ijskoude water van het zwembad van de gîte om wakker te worden. Na het ontbijt en de opkuis trekken we richting Granada waar we op de landing wachten tot de wind zakt.
Geen geluk vandaag. Na een sessie opblazen met windstoten die iedereen van hier naar ginder blazen trekken we naar de stad om het oude centrum van Granada te bezoeken maar de Heilige Week haalt ons in. Tienduizenden nieuwsgieringen langs de kant van de straats snijden ons de pas af. Iedereen is hier voor de grote processie, die de hele namiddag, via een kilometers lang parcours, de ganse stad doorkruist. Altaren met Christus en Mariabeelden en enorme kaarsen wandelen voor ons uit, afgewisseld met ontketende fanfares en wandelende paarse fritzakken. We bestuderen de minutieuse organisatie van een bochtje in het circuit voor de honderdtallen, niets ziende dragers onder deze altaren en gaan dan over op serieuzere dingen.
We maken een heuse kroegentocht van 4 tapasbars om ten volle de traditie van de gratis tapas in Granada te kunnen apreciëren. Natuurlijk krijgt men deze hapjes slechts als begeleiding voor een meer vloeibare consumptie, dat moet men er voor over hebben. Aan het einde van de avond is iedereen het erover eens dat deze traditie in alle geciviliseerde landen zou moeten geadopteerd worden.

Woensdag 20 april.

"Something is going to happen today, I don’t know what, mayby rain, mayby sunshine, but it will happen today!" verklaart ons vol overtuiging Stépan als we de volgende morgen vertrekken naar Cenes de la Vega. En hij heeft nog gelijk ook !
Vanmorgen maken we een eerste vlucht in Cenes terwijl de condities zienderogen veranderen. Johan en Bert stijgen als eersten op maar vinden niet echt veel. Ze zoeken eerst wat voor de vertrekplaats maar worden dan richting landing gedwongen. Op het moment dat Bert landt beginnen de eerste timide thermiekskes op te stijgen wat hij aankondigt over de radio. En ja, de anderen maken hiervan gebruik maar sommigen laten zich toch verrassen. Nono en Simon klimmen heel hoog maar worden ook redelijk door elkaar geschud. Els zoekt een dalende luchtmassa en zet zich neer tussen de olijfbomen terwijl Wim er in slaagt zich op de pechstrook van de autostrade neer te zetten.
Ondertussen is de wind te fel geworden en trekken we terug naar Granada om het moorse stadsgedeelte te ontdekken. We wandelen tussen de bazars alsof we in de souq in Marrakech zouden zijn en we eten in een grotachtige kelder in de pure romantische stijl van 1001 nacht. We profiteren van de sfeer maar moeten ons dan toch nog haasten om op tijd uit de parking te zijn voordat de volgende stoet van de Heilige Week ons weer vastzet in het stadscentrum.

Rond 19u begint de wind terug te zakken en trekken we terug naar de startplaats om een mooie en rustige avondvlucht te doen. De besneeuwde bergtoppen van de Sierra Nevada worden zachtjes verlicht door het gouden avondlicht. De wind is gezakt en de condities zijn nu ideaal. Iedereen slaagt er zonder moeite in om in de lucht te blijven en zelfs hoog boven de vertrekplaats uit te komen. Iedereen geniet met volle teugen van deze schitterende vlucht met z’n magnifiek decor rondom.
Als Els beneden aankomt heeft Jo intussen iedereen weten warm te maken voor een laatste ploefke voor zonsondergang. Het wordt een race tegen de tijd om terug naar boven te rijden en zich klaar te maken. Op het vertrek gaat alles als in een versnelde film en Jo crost van hier naar daar om iedereen tijdig klaar te maken. Met een licht windje in de rug moet iedereen als een bezetene lopen om op te stijgen maar het wordt een vertrek in sliert zonder enige fout. De lichtjes van Granada blinken aan de horizon tegen het rode licht van de ondergaande zon die langzaamaan achter de bergtoppen verdwijnt. Iedereen komt veilig op de landingsplaats terecht, net voor het helemaal donker is. Na deze memorabele vlucht trekken we richting Algodonales.
Something happened today !! Hij wist het wel, die ziener van een Stépan.

Donderdag 21 april.

Van ’s morgens regent het al en is er veel wind. Onze enige hoop om te vliegen is in de richting van de zee te trekken naar de site van Vejer de la Frontera waar de wind zou moeten zakken volgens de voorspellingen. Maar het weer wil niet meewerken en de wind blijft veel te sterk, afgewisseld met regelmatige buien. We passeren in Conil de la Frontera waar de kiters zich volledig laten gaan. We vinden er terug wat zon maar vliegen zit er vandaag niet in.
’s Avonds komen we langs Cadix, een leuk havenstadje met een gezellige sfeer en een heleboel kleine pleintjes.

Vrijdag 22 april.

Opnieuw regen en wind vanaf ’s morgens. Na het uitslapen trekken we naar Ronda, geboortestad van het stierenvechten, voor een toeristisch bezoek van de brug en de archeologische schatten. Na het opkuisen ’s avonds trekken we vroeg onder de wol want het belooft een kort nachtje te worden.

Zaterdag 23 april.

Riiiiiing, de wekker loopt af om 3 uur ’s morgen want we moeten om half zes in Malaga zijn om Nono op het vliegtuig te zetten. We laten hier ook Gert, Bart en Wim achter en de rest van de groep (Bert, Johan, Simon, Jo en Els) gaan verder slapen op het strand van la Herradura om even te recupereren voor de grote terugreis.
Na een week met een onder de maatse meteo is het vandaag eindelijk goed weer. We profiteren ervan om nog een laatste vlucht te doen van la Herradura met voor iedereen 2 uur soaring boven de rotsen en de zee. Een geweldige vlucht als afsluiter voor deze fantastische stage die zeker in de analen van Thang-ka en van alle deelnemers zal vermeld worden.

Gedurende deze 2 weken in Andalousië hebben we vele schitterende en memorabele vluchten gemaakt, hebben we zeer lekker gegeten en (uit noodzaak om aan tapas te geraken) even veel moeten drinken maar zoals Fabriche het zo wel weet te verwoorden : "het belangrijkste is dat we ons goed geamuseerd hebben en veel gelachen hebben." En dat hebben we zeker en vast gedaan. Olé !

Een hoop mooie foto’s van ons avontuur vind je hier !